CPI
Gisteren maakte het Bureau of Labour Statistics in de VS de nieuwste consumentenprijsindex (CPI) bekend. Het cijfer viel de markten niet tegen. Op jaarbasis bleken de prijzen met 3,4 procent te zijn gestegen. Dat was ook verwacht. Maand-op-maand stegen de prijzen minder hard dan verwacht, met 0,3 in plaats van 0,4 procent. De beurzen reageerden opgelucht. De S & P 500-index steeg met 1,2 procent naar een nieuw record. De AEX-index was bescheidener met 0,3 procent koerswinst. In de VS daalde de 10-jaars rente van 4,44 naar 4,34 procent.
Weinig haast
Dit cijfer maakt de kans volgens de termijnmarkt weer iets groter op een renteverlaging. De eerste renteverlaging door de Amerikaanse centrale bank wordt overigens pas in september verwacht. Het inflatiecijfer bevestigt de visie van de Federal Reserve dat er vooralsnog weinig haast gemaakt hoeft te worden met die renteverlagingen. Na de aanvankelijk forse afname van de inflatie sinds de piek van 9 procent lijkt de laatste stap naar de gewenste 2 procent over een weg met de nodige hobbels te voeren.
Veerkrachtig
Niet zo vreemd gezien de verrassende veerkracht van de Amerikaanse economie. Ondanks de fors gestegen rente bleef de arbeidsmarkt maar krap, de huizenmarkt overeind en de consument was niet kapot te krijgen. De Amerikaanse economie bleek minder rentegevoelig dan steeds werd aangenomen. Daar lijkt de laatste tijd echter toch enige verandering in te komen.
Afkoeling
Zo wees het meest recente arbeidsmarktrapport op enige afkoeling. Er komen minder nieuwe banen bij, de werkloosheid loopt iets op en de lonen stijgen minder hard. Samen met de CPI werden gisteren ook de detailhandelsverkopen gepubliceerd. Deze stijgen niet langer. Dat was echter wel verwacht. Het duidt erop dat het uitbundige bestedingspatroon van de Amerikaanse consument tegen grenzen aan lijkt te lopen. Het consumentenvertrouwen in de VS neemt af.
De economie groeit minder hard
De economische groei van de VS bleek over het eerste kwartaal met 1,6 procent te zijn gegroeid, minder dan verwacht. De soft landing van de economie lijkt in werking te zijn gezet. Een afname van de economische groei die uiteindelijk tot een verdere daling van de inflatie zou moeten gaan leiden. Een afname van de inflatie die de Federal Reserve dan eindelijk de gelegenheid geeft om de rente te gaan verlagen.
De markten geloven de Federal Reserve
Vooralsnog geloven de markten in dat scenario getuige de stand van de indices en de rentedaling. Ondertussen blijft de Amerikaanse consument sceptisch over de afnemende prijsstijgingen. Want hoewel de Amerikaan een baan heeft en zijn loon, huizenprijs en aandelenportefeuille ziet stijgen daalt het vertrouwen in de economie. Een hardnekkig probleem voor de regering-Biden. Voor herverkiezing heeft een zittende regering nu eenmaal een florerende economie nodig. De kiezer zal dan minder geneigd zijn bij de eerst volgende verkiezing voor een alternatief te kiezen.
Onvrede heeft een goede reden
Deze onvrede heeft echter een goede reden. Die kan verklaard worden uit de wijze waarop inflatie door de gemiddelde consument wordt beleefd. Zo wordt er bij meevallende inflatiecijfers vaak gesproken over een daling van de inflatie. De inflatie neemt in werkelijkheid echter niet af, maar minder snel toe. Bij een inflatie van 2 procent stijgen de prijzen minder hard dan bij een inflatie van 3 procent. Ze stijgen echter wel!
Over een langere periode
Duidelijker wordt het wanneer we de cijfers over een langere periode bezien. Laten we ons eigen land als voorbeeld nemen. Zo begon de inflatie voor het eerst serieus toe te nemen in 2021, al voor de inval in Oekraïne. De coronaperiode had de economie volledig overhoop gehaald en het herstel van de grondstoffenmarkten en de toeleveringsketens droegen hier in grote mate aan bij. Oekraïne verergerde de situatie vervolgens. In de periode vanaf 2021 zijn de prijzen in Nederland vervolgens in totaal met 21 procent gestegen, volgens het CBS.
Waardedaling van de euro
De consument zag de koopkracht van zijn euro in deze bijna 3 ½ jaar dus met 21 procent afnemen. Een ontwikkeling met de nodige gevolgen. Zo daalde een spaarrekening van bijvoorbeeld 100.000 euro in deze periode reëel met 21.000 in waarde. De vergoede rente op de spaarrekening was niet toereikend om dat verlies op te vangen. Een belegging in obligaties leverde weliswaar enige rente op, maar het koersverlies was vele malen groter.
Waardevaste aandelen
En dan blijkt maar weer eens hoe waardevast – jawel – een belegging in aandelen is. In de genoemde periode steeg de AEX-herbeleggingsindex – inclusief herbelegde dividenden – met 58 procent. Natuurlijk, die waardedaling van de euro van 21 procent was vervelend, maar na inflatiecorrectie werd een belegger nog altijd zo’n 25 procent rijker in deze periode. Zo blijkt maar weer dat spaargeld en obligaties helemaal niet zo veilig zijn als vaak wordt verondersteld. Aandelen blijken veel waardevaster.